Zoeken
A A A
headerbeeld

Zorgvuldigheidscriteria euthanasie

De eerder genoemde zorgvuldigheidscriteria omtrent euthanasie zijn van groot belang. De arts moet van deze criteria uitgaan. Na de euthanasie moet de arts een verslag maken van de levensbeëindiging. De andere onafhankelijke arts en de lijkschouwer doen dit ook. Een regionale toetsingscommissie beoordeelt naderhand of de arts aan de criteria heeft voldaan. Pas als zij van oordeel is dat de arts juist heeft gehandeld, geldt officieel strafuitsluiting. Als het oordeel negatief uitvalt, beoordeelt het Openbaar Ministerie welke stappen er moeten worden ondernomen.

Ondraaglijk leed

Een belangrijk punt voor de toetsingscommissie is of de arts goed kan onderbouwen of er sprake was van ondraaglijk leed. Juist over dit punt bestaat nogal wat discussie, want ondraaglijk lijden is moeilijk objectief te bepalen. Voor de arts moet duidelijk zijn dat de situatie van de patiënt niet te verbeteren is. Is er nog wel een redelijke behandeling mogelijk, dan is er geen sprake van uitzichtloosheid. In de praktijk hangt het sterk van de patiënt af wat hij ondraaglijk vindt, en of hij denkt dat een behandeling nog kan helpen. Soms is het opzien tegen lijden dat nog moet komen, al genoeg om een verzoek in te willigen.

Wilt u toestemming geven voor cookies?

De NPV maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken een reactie via social media te plaatsen en om de ingevulde contactformulieren op de juiste wijze te kunnen verwerken. Hieronder kunt u toestemming geven voor het plaatsen van cookies. Wilt u meer weten over uw privacy bij de NPV? Lees dan de privacy- en cookieverklaring of neem contact op via privacy@npvzorg.nl.