headerbeeld

Onderscheid tussen mens en dier

Door Esmé op 18 mei 2017

Eerder deze maand verscheen (in opdracht van VWS) een bundel met twee essays over de morele aanvaardbaarheid van het kweken van menselijke organen in dieren. Met nieuwe technologische mogelijkheden kunnen mens-dier combinaties worden gemaakt, chimaeren genoemd. Die worden tot stand gebracht door geherprogrammeerde menselijke stamcellen te vermengen met een dierlijk embryo. De bedoeling is om daarmee te komen tot het kweken van menselijke organen in dieren.

Henk Jochemsen, bijzonder hoogleraar christelijke filosofie, pleit in zijn essay voor een pas op de plaats. Hij gaat in op de vraag of deze vorm van technologie niet ‘tegennatuurlijk’ is. En in hoeverre betekent deze technologie een aantasting van de menselijke waardigheid. Menselijke waardigheid is een complex begrip. Het betekent dat mensen intrinsieke waarde hebben en daarom niet louter als middel gebruikt mogen worden. Ethici verschillen van mening over de grond waarop die menselijke waardigheid berust. Jochemsen kiest als fundament het mens-zijn zelf, echter niet in de strikt biologische zin, maar in de spirituele en morele zin. Hij ziet daarom een fundamenteel verschil in morele status tussen mens en dier. In zijn visie is de morele status van een dier met daarin een menselijk orgaan niet onmiddellijk verhoogd. In die zin is de menselijke waardigheid dus niet in het geding, aldus Jochemsen. Zijn bezwaar schuilt vooral in het doorbreken van de natuurlijke ordening (het onderscheid tussen mens en dier).

Een derde vraag is hoe het breed geaccepteerde ‘principe van subsidiariteit’ geïnterpreteerd moet worden. Dit principe bepaalt dat de techniek met de minste negatieve effecten de voorkeur verdient om een bepaald doel te realiseren. Jochemsen stelt dat een in moreel opzicht beladen techniek pas verantwoord kan zijn als eerst minder beladen technieken voldoende zijn onderzocht en niet blijken te werken.

Naast de nota van Jochemsen ligt er ook een essay van Wybo Dondorp en Guido de Wert. Zij hanteren andere uitgangspunten en zijn bereid veel verder te gaan. Het ministerie neemt geen standpunt in, vanwege de demissionaire status van het kabinet. Het is aan de Tweede Kamer en het nieuwe kabinet om het debat te voeren.

Ik ben blij dat het essay van Jochemsen er ligt, maar maak me zorgen over het denken van Dondorp en De Wert. Ook in dit medische-ethische dossier kunnen zij waarschijnlijk op een meerderheid van stemmen rekenen.

 

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Esmé Wiegman