headerbeeld

Orgaandonatie

Bij orgaandonatie wordt een orgaan (of weefsel) afgestaan aan iemand bij wie dat orgaan niet of onvoldoende functioneert. Meestal gebeurt dit na het overlijden van de donor, maar in bijzondere gevallen kan orgaandonatie ook plaatsvinden als de donor nog in leven is.

Bij de NPV komen mensen met deze vragen over orgaandonatie:

  • Ik vind het erg moeilijk om een keuze te maken of ik donor wil worden of niet. Kunnen jullie met mij meedenken?
  • Wat zegt de Bijbel over orgaandonatie?
  • Doet een arts nog wel zijn best voor mij als ik donor ben?
  • Ik wil mijn organen wel beschikbaar stellen voor een familielid of bekende als diegene dat nodig heeft, maar liever niet voor een onbekende. Is dat mogelijk?
  • Kan ik als donor in contact komen met degene die mijn orgaan ontvangt?
  • Wanneer is iemand hersendood?

Wat is orgaandonatie?

Als één van je organen minder goed werkt, merk je de gevolgen al snel. Vaak helpt medicatie om het probleem (deels) te verhelpen, maar soms is een orgaan zo beschadigd dat het niet meer te herstellen is. Dat kan je leven in gevaar brengen. Op dat moment kan orgaantransplantatie een optie zijn. De belangrijkste vormen van transplantatie zijn: orgaantransplantatie, weefseltransplantatie, bloedtransfusie, stamceltransplantatie en xenotransplantatie.

Lees meer over de verschillende vormen van transplantatie.

Donorregister

Iedereen vanaf twaalf jaar kan donor worden. Via je DigiD kun je een donorformulier invullen. Daarop geef je aan of jouw organen en weefsels na je dood gebruikt mogen worden. Je kunt kiezen tussen ‘ja’ en ‘nee’ of je laat de keuze aan je nabestaanden of aan een specifieke persoon. Als je toestemming geeft, kun je ook aangeven welke organen of weefsels je eventueel niet ter beschikking wilt stellen. Je bent niet verplicht om je te registreren, maar het is wel de meest eenvoudige manier om je keuze vast te leggen. Zo weten artsen wat je wensen zijn. Je registratie wordt vastgelegd in het Donorregister. Artsen kunnen dit register online bekijken. Zo kunnen ze bij een sterfgeval snel bekijken of iemand zijn organen wil afstaan en dit aan de (toekomstige) nabestaanden meedelen. Het is verstandig om je keuze ook met je familie te delen, zodat ze er niet pas bij een onverhoopt overlijden achter komen.

Nederland hanteert tot nu toe een toestemmingssysteem, maar recent stemde een Kamermeerderheid voor het D66-plan voor actieve donorregistratie.

Hoe ga je als christen om met orgaandonatie?

Donatie en transplantatie van organen is een kwetsbaar onderwerp. Het gaat over de grenzen van de lichamelijke integriteit. Je geeft letterlijk een stuk van je lichaam weg, of je ontvangt een deel van een ander. Met orgaandonatie sta je vaak ook aan de grens van het leven. Een donor kan dit lichaamsdeel in veel gevallen alleen geven omdat hij overleden is. De donatie wordt getekend door pijn en verdriet van de nabestaanden, maar voor degene die het orgaan ontvangt, betekent deze gift een kans op een toekomst. Een ethische zoektocht naar de voors en tegens van donatie is daarmee niet gemakkelijk omdat het over kwesties van leven en dood gaat. Juist daarom is het ook belangrijk om er vooraf goed over na te denken.

Niet alleen sommige christenen worstelen met vragen over donatie en transplantatie, ook bij anders- en niet-gelovigen leven vragen. Lees meer over deze medisch-ethische vragen.

De donatieprocedure

Als het gaat om het doneren van organen of weefsel, zijn er verschillende procedures. Sommige organen of weefsels kun je bij leven afstaan, andere pas na je dood. Bij de ene procedure spelen heel andere ethische dilemma’s dan bij de andere.

Donatie bij leven
Een weinig ingrijpende vorm van donatie is het geven van bloed of stamcellen. Dit celmateriaal geef je bij leven en je maakt het na het afstaan weer zelf aan. Het doneren van bloed is heel eenvoudig, bij stamceldonatie komt een (korte) ziekenhuisopname kijken. Beide vormen zijn amper schadelijk voor de donor. Je kunt ook een nier of een deel van je lever bij leven afstaan. Dit is een ingrijpende medische operatie die de nodige hersteltijd vraagt. Bij het geven van een nier houdt de donor bovendien nog maar één nier over: als die uitvalt, heeft hij geen tweede nier meer.

Non-heartbeating donor of heartbeating donor
Bij donatie na het overlijden wordt er onderscheid gemaakt tussen een non-heartbeating donor en een heartbeating donor. De non-heartbeating donor is iemand die overleden is en bij wie het hart niet meer klopt. De heartbeating donor is iemand die overleden is, maar bij wie het hart nog kunstmatig op gang gehouden wordt. Het gaat dan om iemand die hersendood is, maar die nog aan de beademing ligt. Het is belangrijk om te weten dat de procedure bij orgaandonatie afhangt van het wel of niet kloppen van het hart. Voor het afstaan van sommige organen is het namelijk nodig dat het hart nog op gang gehouden wordt, zodat de organen goed blijven. Bij andere is dat niet (altijd) nodig.

Donatie na het overlijden, bij een non-heartbeating donor
Na je dood kun je diverse weefsels afstaan. Hiervoor hoef je niet in het ziekenhuis te overlijden. Voor het weghalen van de weefsels moet het lichaam in sommige gevallen wel naar het ziekenhuis gebracht worden (zoals bij bot- of kraakbeen), maar in andere gevallen kan het weefsel in het mortuarium weggenomen worden door een medisch team (zoals bij huid of hoornvlies). Ook sommige organen kunnen na een hartstilstand gedoneerd worden zónder dat de overledene (nog) beademd wordt. Daarvoor moet iemand wel in het ziekenhuis zijn op het moment van overlijden, omdat de organen snel uitgenomen moeten worden. Het gaat dan om organen zoals de nieren, lever en longen.

Donatie na het overlijden, bij een heartbeating donor
Bij een heartbeating donor blijven de organen langer geschikt voor transplantatie omdat de bloedcirculatie op gang gehouden wordt. Nadat de arts onderzocht heeft of iemand hersendood is, kunnen de organen worden uitgenomen. Op deze manier kunnen in principe organen als hart, lever, longen, pancreas, nieren en dunne darm worden afgestaan.

Actief Donorregistratiesysteem

Bij een Actief Donorregistratiesysteem (ADR) wordt aan alle Nederlanders ouder dan 18 via de post gevraagd of ze wel of geen orgaandonor willen zijn. Als zij na twee brieven niet hebben gereageerd, worden ze als donor geregistreerd. Bij die mensen komt ‘geen bezwaar’ te staan in het donorregister, daarmee zijn ze in principe orgaandonor. Ze krijgen daar bericht van, per post, en de keuze kan altijd nog worden gewijzigd.

Het is de grote vraag of de overheid een keuze voor orgaandonatie moet afdwingen. Een overheid moet haar grenzen kennen. De overheid kan mensen aanspreken en aansporen tot keuzes, ondersteund met wervende campagnes. Maar de keuze om je keuze te laten registreren in een donorregister is echt aan mensen zelf.

Lees meer

Actief Donorregistratiesysteem

Meer weten?

Het NPV-Spreekuur is beschikbaar om nog eens rustig met iemand door te spreken over het al of niet laten registreren als donor. Gaat het om een concrete keuze om tot donatie over te gaan, dan zijn we 7 dagen per week en dag en nacht te bereiken via het NPV-Consultatiepunt.

Gevonden wat u zocht?

De NPV is er om u van goede informatie te voorzien. Wilt u ons helpen om daar ook in de toekomst mee door te kunnen gaan?

Steun de NPV en doneer nu online!