Zoeken
A A A
headerbeeld

Statuten

Begripsbepalingen
In deze afdelingsstatuten wordt verstaan onder:
Landelijke vereniging: Landelijke vereniging NPV (Nederlandse Patiënten Vereniging) gevestigd te Veenendaal;
Afdeling: Lokale of regionale NPV-afdeling;
Statuten: Statuten van de afdeling;
NPV-bestuur: Bestuur van de landelijke vereniging;
Directeur: Directeur van de landelijke vereniging, bedoeld in artikel 25 van de statuten;
Landelijk bureau: Werkorganisatie zijnde het landelijk bureau van de landelijke vereniging;
Algemene ledenvergadering: Algemene ledenvergadering van de landelijke vereniging;
Algemene vergadering: Algemene ledenvergadering van de afdeling;
Persoon: Natuurlijk persoon of rechtspersoon;
Werkgroep: Orgaan met specifieke deskundigheid dat een uitvoerend karakter heeft ten aanzien van specifieke taken;
Verenigingsorgaan: Nieuwsbrief, verenigingsblad of infobulletin van de afdeling.

Lees verder over de vrijwillige thuishulp in Zeeuws-Vlaanderen

Naam en zetel
Artikel 1
1. De vereniging draagt de naam:
NPV-afdeling Zeeuws-Vlaanderen, in deze akte aangeduid als afdeling.
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Terneuzen.
3. De afdeling is opgericht op 23 juni 1989.

Doel, grondslag en organen
Artikel 2
1. De afdeling stelt zich ten doel vanuit de Bijbelse opdracht en in navolging van Jezus
Christus bij te dragen aan de zorg voor het leven door toerusting,
(beleids)beïnvloeding, belangenbehartiging (inclusief lotgenotencontact), voorlichting
en praktische hulp in gezondheid en ziekte.
2. De afdeling erkent als grondslag de Bijbel – Gods Woord – met de daarin geboden
zorg voor het leven (hetgeen ook inhoudt de beschermwaardigheid van het leven van
de mens vanaf de conceptie tot aan de dood , en het unieke van de mens geschapen
als beelddrager van God).
3. De grondslag kan niet door de afdeling worden gewijzigd.
4. De afdeling ontplooit activiteiten op lokaal en regionaal niveau.
5. De afdeling kent de navolgende organen:
Algemene vergadering;
Afdelingsbestuur.
Artikel 3
Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

Verhouding tot de Nederlandse Patiënten Vereniging
Artikel 4
1. De afdeling vormt een orgaan van de te Veenendaal gevestigde landelijke vereniging NPV (Nederlandse Patiënten Vereniging); laatstgenoemde vereniging in deze akte wordt aangeduid als de landelijke vereniging.
2. De afdelingen binnen een, door het landelijk bureau vast te stellen, geografische werkgebied vormen een kring.
3. De landelijke vereniging kan op geen enkele manier aansprakelijk worden gesteld voor
gevolgen van feitelijke handelingen of rechtshandelingen van de afdeling.
4. De afdeling is verplicht – voorzover niet geregeld in statuten of huishoudelijk
reglement – zich te houden aan de statuten en het huishoudelijk reglement van de landelijke vereniging.
5. De statuten en het huishoudelijk reglement mogen niet in strijd zijn met de statuten van de landelijke vereniging.
6. Zaken waarin statuten en huishoudelijk reglement niet voorzien, dienen in overleg met
de directeur te worden behandeld.
7. Het landelijk bureau stelt de grenzen van het werkgebied van de afdeling vast.

Leden
Artikel 5
Lid van de afdeling is een persoon die voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. Is lid van de landelijke vereniging;
b. Is naar de normen van het landelijk bureau ingedeeld bij het werkgebied van de afdeling.

Ledenregister
Artikel 6
1. Het landelijk bureau houdt een ledenregister waarin de namen en adressen van alle leden van de afdeling zijn opgenomen onder vermelding van de afdeling waartoe ieder van hen behoort.
2. Het landelijk bureau draagt er zorg voor dat het register zodanig wordt bijgehouden, dat daaruit te allen tijde de samenstelling van de afdeling kan worden gekend.
3. De secretaris van het afdelingsbestuur draagt er zorg voor dat mutaties van de leden die ingedeeld zijn bij de afdeling direct worden doorgegeven aan het landelijk bureau.

Aanmelding als lid en toelating tot het lidmaatschap.
Artikel 7
1. Aanmelding als lid geschiedt schriftelijk, of via de afdeling of rechtstreeks, bij het landelijk bureau.
2. De directeur beslist over toelating tot het lidmaatschap.
3. Wanneer de directeur tot niet-toelating beslist, wordt de betrokkene daarvan in kennis
gesteld onder opgaaf van redenen en met vermelding van het hem ingevolge het
volgende lid toekomende recht van beroep.
4. Ingeval van niet-toelating door de directeur staat de betrokkene beroep open bij het
NPV-bestuur. Dit kan alsnog tot toelating besluiten.
5. Ingeval van niet-toelating door het NPV-bestuur staat de betrokkene beroep open bij de algemene ledenvergadering van de landelijke vereniging. Deze kan alsnog tot toelating besluiten.

Einde van het lidmaatschap
Artikel 8
1. Het lidmaatschap eindigt door:
a. Het overlijden van het lid. Is een rechtspersoon lid, dan eindigt zijn lidmaatschap doordat hij
ophoudt te bestaan;
b. Opzegging door het lid;
c. Opzegging door de landelijke vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij deze statuten gesteld, te voldoen, wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de landelijke vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs niet van de landelijke vereniging kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren;
d. Ontzetting (royement). Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer eenlid in strijd met de statuten,
reglementen of besluiten van de afdeling en/oflandelijke vereniging handelt of de afdeling en/of landelijke
vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
2. Opzegging van het lidmaatschap door een lid dient schriftelijk te geschieden bij het landelijk bureau.
3. Opzegging van het lidmaatschap door de landelijke vereniging geschiedt schriftelijk door de directeur.
4. Opzegging van het lidmaatschap door een lid of door de landelijke vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van een opzegtermijn van acht weken. Het lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien redelijkerwijs niet van de landelijke vereniging of van het lid gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
5. Een opzegging in strijd met het in het voorgaande lid bepaalde, doet het lidmaatschap
eindigen op het vroegst toegestane tijdstip volgende op dat waartegen werd opgezegd.
6. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de
leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.
7. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door de directeur.
8. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de landelijke vereniging op grond dat redelijkerwijs niet van de landelijke vereniging kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren of op grond dat het lid zijn verplichtingen jegens de landelijke vereniging niet nakomt, en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene tot één maand na ontvangst van de kennisgeving beroep open bij het NPV-bestuur. Indien het NPV-bestuur besluit tot handhaving van het besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene tot één maand na de ontvangst van de kennisgeving beroep open bij de algemene ledenvergadering van de landelijke vereniging. Hij wordt daartoe zo spoedig mogelijk schriftelijk van het besluit, met opgaaf van redenen, in kennis gesteld.
Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
9. Wanneer een lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft niettemin
de jaarlijkse bijdrage voor het gehele jaar verschuldigd.

Geldmiddelen en afdrachten door de NPV
Artikel 9
1. De geldmiddelen van de afdeling bestaan uit:
a. Afdrachten door de landelijke vereniging hierna ook te noemen retributie;
b. (project)subsidies;
c. Giften, erfstellingen en legaten;
d. Inkomsten uit sponsoring en fondsen;
e. Andere inkomsten.
2. Elke afdeling ontvangt jaarlijks uit de kas van de landelijke vereniging retributie van de jaarlijkse bijdrage betaald door de bij de desbetreffende afdeling ingedeelde leden, voorzover er aan het einde van het verenigingsjaar een eigen vermogen is kleiner dan 5x de retributie.
3. De hoogte van de retributie wordt jaarlijks door het NPV-bestuur vastgesteld.
4. De retributie door de landelijke vereniging over een jaar vindt plaats in het jaar volgend op het jaar waarin de leden hun bijdrage aan de landelijke vereniging hebben betaald en waarin de afdeling heeft voldaan aan haar verplichtingen voortvloeiend uit het bepaalde in artikel 16 lid 5.
5. Aan de afdeling opgekomen erfenissen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
6. De ontvangsten in lid 1 onder c tot en met e vermeld worden afgedragen aan de landelijke vereniging, voorzover er aan het einde van het jaar een eigen vermogen is groter dan 5x de retributie, tenzij de afdeling binnen twee jaar na vaststelling van het overschot een door de directeur goedgekeurd voorstel tot besteding van dit overschot heeft gedaan en uitgevoerd.

Jaarlijkse contributie
Artikel 10
1. De leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse contributie aan de landelijke vereniging.
De jaarlijkse contributie wordt door de algemene ledenvergadering vastgesteld.
Voor de bepaling van de jaarlijkse contributie kan een indeling in categorieën worden
gemaakt, waarbij de leden per categorie een onderling verschillende bijdrage betalen.
2. De directeur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van
de verplichting tot het betalen van de jaarlijkse contributie te verlenen.

Donateurs
Artikel 11
1. Donateurs zijn zij, die hebben toegezegd de landelijke vereniging financieel te steunen met een jaarlijkse bijdrage, waarvan het minimum bedrag door de algemene ledenvergadering wordt vastgesteld.
2. Donateurs hebben geen nadere rechten en verplichtingen dan die hun bij of krachtens
deze statuten zijn toegekend en opgelegd.
3. De directeur beslist omtrent de toelating van donateurs.
4. De rechten en verplichtingen van een donateur kunnen te allen tijde door de donateur
en door de landelijke vereniging worden beëindigd door opzegging. Opzegging door de
landelijke vereniging geschiedt door de directeur.
Indien de rechten en de verplichtingen in de loop van een verenigingsjaar eindigen,
blijft niettemin de jaarlijkse bijdrage voor het gehele jaar verschuldigd, behoudens
ontheffing van deze bepalingen door de directeur.

Afdelingsbestuur
Artikel 12
1. Het afdelingsbestuur bestaat uit tenminste drie personen. De leden van het
afdelingsbestuur worden door de algemene vergadering benoemd uit de leden.
Het aantal leden van het afdelingsbestuur wordt vastgesteld door het afdelingsbestuur.
2. Ieder afdelingsbestuurslid verklaart schriftelijk het doel en de grondslag van de
vereniging, zoals vermeld in artikel 2 lid 1 en 2, te onderschrijven.
3. De benoeming van leden van het afdelingsbestuur geschiedt uit één of meer bindende voordrachten. Tot het maken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het afdelingsbestuur als een/twintigste van het aantal leden van de afdeling tezamen. Een voordracht door het afdelingsbestuur wordt bij de uitnodiging voor de vergadering vermeld. Een voordracht door de leden moet tenminste zeven dagen voor de vergadering schriftelijk bij het afdelingsbestuur worden ingediend. De voorgedragen leden van het afdelingsbestuur kunnen voor de stemming worden gevraagd schriftelijk te verklaren een eventuele benoeming te zullen aanvaarden.
4. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
5. Wanneer een rechtspersoon bestuurslid is, zal deze schriftelijk bevestigen wie de vaste vertegenwoordiger is in het afdelingsbestuur.
6. Binnen het afdelingsbestuur mogen geen familierelaties in de eerste graad
aanverwantschap of vergelijkbare relaties bestaan; familierelaties in de tweede graad zijn toegestaan na goedkeuring door de directeur.
7. Indien het aantal afdelingsbestuursleden tot beneden drie is gedaald, blijft het
afdelingsbestuur bevoegd. Van deze situatie doet het afdelingsbestuur onmiddellijk mededeling aan het landelijk bureau en verplicht zich (al dan niet gezamenlijk met het landelijk bureau) de open plaats of de open plaatsen zo spoedig mogelijk te vervullen.

Einde afdelingsbestuurslidmaatschap, periodiek aftreden
Artikel 13
1. Elk afdelingsbestuurslid treedt af uiterlijk in de derde algemene vergadering, volgende op die waarin zijn benoeming plaatsvond, volgens een door het afdelingsbestuur op te stellen rooster van aftreden. De aftredende is direct herkiesbaar. Een in een tussentijdse vacature benoemd afdelingsbestuurslid neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in. Een bestuurslid mag maximaal twaalf achtereenvolgende jaren in het bestuur zitting hebben; de zittingsduur kan op voordracht van het afdelingsbestuur en met goedkeuring van de directeur met 4 jaar worden verlengd.
Een aftredend afdelingsbestuurslid is na afloop van zijn maximale zittingsperiode na een tijdvak van 11 maanden verkiesbaar.
2. Een aftredend afdelingsbestuurslid defungeert en de nieuw benoemde treedt in functie
onmiddellijk na afloop van de vergadering waarin de benoeming plaatsvond.
3. Het afdelingsbestuurslidmaatschap eindigt voorts door:
a. Het eindigen van het lidmaatschap van de landelijke vereniging;
b. Bedanken;
c. Overlijden;
d. Ontbinding van de landelijke vereniging gevolgd door benoeming van vereffenaars;
e. Ontslag.

Afdelingsbestuursfuncties, afdelingsbestuur, besluitvorming van het afdelingsbestuur
Artikel 14
1. De voorzitter wordt door de algemene vergadering in functie gekozen. De overige
bestuursfuncties worden door de afdelingsbestuursleden onderling verdeeld.
2. Van het verhandelde in elke vergadering van het afdelingsbestuur worden door de
secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen
gehouden. De notulen worden door de voorzitter en de secretaris na bespreking in de
eerstvolgende bestuursvergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door hen
ondertekend.

Taak van het afdelingsbestuur, vertegenwoordiging en afvaardiging
Artikel 15
1. Behoudens beperkingen volgens de statuten is het afdelingsbestuur belast met het
besturen van de afdeling.
2. Ieder bestuurslid heeft één stem.
3. Voor het nemen van besluiten is vereist dat meer dan de helft van het aantal
afdelingsbestuursleden in persoon ter vergadering aanwezig is.
4. Leden van het afdelingsbestuur ontvangen als zodanig geen bezoldiging, middellijk
noch onmiddellijk. Een redelijke vergoeding voor de door hen gemaakte kosten en
door hen verrichte werkzaamheden wordt niet als bezoldiging aangemerkt.
5. De leden van het afdelingsbestuur mogen niet zijn bestuurder, oprichter,
aandeelhouder, toezichthouder of werknemer van een entiteit waaraan de afdeling
de door haar ingezamelde gelden middellijk geheel of gedeeltelijk afstaat of een
entiteit waarmee de afdeling op structurele wijze op geld waardeerbare
rechtshandelingen verricht. Behoudens een aantal uitzonderingen:
– Dit geldt niet ten aanzien van een entiteit waaraan de afdeling conform haar
statutaire doelstelling gelden afstaat, met dien verstande dat de invloed van de
ontvangende entiteit op de benoeming en voordracht tot benoeming van het
afdelingsbestuur van de afdeling is toegestaan tot ten hoogste een derde van
het aantal afdelingsbestuursleden; zij mogen de afdeling niet naar buiten toe
vertegenwoordigen;
– Dit geldt ook niet ten aanzien van de afdeling en de bedoelde entiteit indien
sprake is van consolidatie zoals bedoeld in artikel 650.108 van de Richtlijn
Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen.
6. Bij het zich voordoen van verstrengeling van belangen mag het betreffende
afdelingsbestuurslid niet deelnemen aan de beraadslagingen en de besluitvorming ter
zake. De aanwezigheid van het desbetreffende afdelingsbestuurslid telt niet mee ter
bepaling of het vereiste quorum voor besluitvorming is behaald.
7. Indien zich een verstrengeling van belangen voordoet tussen de afdeling en één of
meer van haar bestuurders, kan de afdeling slechts worden vertegenwoordigd
indien en voor zover de statuten hierin voorzien. De bevoegdheid tot
vertegenwoordiging mag niet worden toegekend aan degenen ten aanzien van wie
de verstrengeling van belangen zich voordoet.
8. De afdeling wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door hetzij:
het bestuur gezamenlijk;
de voorzitter samen met de secretaris;
de voorzitter samen met de penningmeester;
de secretaris samen met de penningmeester.
Het afdelingsbestuur is bevoegd afdelingsbestuurders en/of leden schriftelijk te machtigen de afdeling in overlegorganen te vertegenwoordigen.
9. Het afdelingsbestuur is bevoegd werkgroepen in te stellen voor specifieke taken.
10. De algemene ledenvergadering van de landelijke vereniging (ALV) bestaat uit afgevaardigden van de afdelingen. De afgevaardigden worden telkens voor één verenigingsjaar door het afdelingsbestuur uit de leden van de afdeling benoemd.
11. Iedere afdeling heeft het recht twee afgevaardigden aan te wijzen.
12. Van de benoeming wordt minimaal veertien dagen voor de ALV mededeling gedaan aan het landelijk bureau.
13. Een afgevaardigde kan te allen tijde door zijn afdelingsbestuur worden geschorst of ontslagen. Van dit besluit doet het afdelingsbestuur onmiddellijk mededeling aan het landelijk bureau.

Jaarverslag en rekening en verantwoording van het afdelingsbestuur
Artikel 16
1. Het afdelingsbestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging
zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en
verplichtingen kunnen worden gekend.
2. De algemene vergadering benoemt jaarlijks, doch uiterlijk veertien dagen voor de algemene vergadering, een commissie van tenminste twee leden, die geen deel mogen uitmaken van het afdelingsbestuur, tot onderzoek van de rekening en verantwoording over het afgelopen verenigingsjaar. De commissie brengt ter komende algemene vergadering verslag uit van haar bevindingen. Vereist het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis dan kan de commissie zich door een deskundige laten bijstaan.
3. Het afdelingsbestuur is verplicht aan deze commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en het vermogen van de afdeling te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de afdeling te geven.
4. Het afdelingsbestuur brengt op de algemene vergadering als bedoeld in artikel 17 zijn
jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en
lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd
bestuur.
Na verloop van de termijn als bedoeld in artikel 17 lid 2 kan ieder lid deze rekening en
verantwoording in rechte van het afdelingsbestuur vorderen.
5. De rekening en verantwoording behoeft de goedkeuring van de algemene
vergadering. De goedkeuring strekt het afdelingsbestuur tot decharge van zijn in het
afgelopen jaar gevoerde beleid voorzover dat uit de rekening en verantwoording
blijkt.
6. Aan het landelijk bureau dient jaarlijks door de afdeling het jaarverslag te worden uitgebracht en ook het verslag over het financieel beheer over het afgelopen verenigingsjaar, binnen een maand nadat deze zijn goedgekeurd in de algemene vergadering.
7. Het afdelingsbestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 4 zeven jaar
te bewaren.

De algemene vergadering
Artikel 17
1. Aan de algemene vergadering komen in de afdeling alle bevoegdheden toe die niet
door de wet of de statuten aan andere organen van de vereniging en/of landelijke
vereniging zijn opgedragen.
2. Jaarlijks, uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar behoudens
verlenging van die termijn door de algemene vergadering, wordt een algemene
vergadering gehouden.
In de algemene vergadering komen onder meer aan de orde:
a. Het jaarverslag, de jaarrekening en de rekening en verantwoording, bedoeld in
artikel 16;
b. De voorziening in eventuele bestuursvacatures;
c. Voorstellen van het NPV-bestuur, aangekondigd bij de oproeping tot de algemene ledenvergadering van de landelijke vereniging.
3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls als het
afdelingsbestuur dit wenselijk oordeelt.
4. Voorts is het afdelingsbestuur verplicht op schriftelijk verzoek van een zodanig aantal
leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende van het aantal stemmen dat in
een voltallige algemene vergadering kan worden uitgebracht, tot het bijeenroepen van
een algemene vergadering met inachtneming van een oproepingstermijn van niet
langer dan vier weken. Indien aan het verzoek niet binnen veertien dagen gehoor
wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot de bijeenroeping overgaan door
oproeping overeenkomstig het bepaalde in artikel 21 of bij advertentie in tenminste
één lokaal of regionaal verspreide krant.
5. De algemene vergaderingen worden gehouden in de plaats waar de afdeling is
gevestigd of in een andere door het afdelingsbestuur aan te wijzen plaats.

Toegang tot en stemrecht in de algemene vergadering
Artikel 18
1. Toegang tot de algemene vergadering hebben de leden en de donateurs.
Geen toegang tot de algemene vergadering hebben leden en donateurs, die als
zodanig zijn geschorst.
Een geroyeerd lid heeft toegang tot alleen die vergadering waarin het besluit tot zijn
schorsing wordt behandeld, en is bevoegd daarover dan het woord te voeren.
2. Over toelating van andere dan in lid 1 bedoeld personen beslist de voorzitter van de
vergadering.
3. Ieder lid heeft in de algemene vergadering één stem. Ieder stemgerechtigd lid kan
aan één andere stemgerechtigde schriftelijk volmacht verlenen tot het uitbrengen van
zijn stem. Een stemgerechtigde kan voor ten hoogste één persoon als gevolmachtigde
optreden.

Voorzitterschap, notulen
Artikel 19
1. De algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter of diens plaatsvervanger en
bij hun afwezigheid door een door het afdelingsbestuur in onderling overleg
aangewezen persoon.
2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door
de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt.
Die notulen worden door de vergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door de
voorzitter en de secretaris ondertekend.
Een afschrift van de notulen wordt ter kennis van de leden gebracht, die dat verlangen en daartoe een schriftelijk verzoek richten aan de secretaris van de vereniging, zulks eventueel tegen vergoeding van de kosten die daarvoor gemaakt moeten worden.

Besluitvorming van de algemene vergadering
Artikel 20
1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat een besluit
is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit,
voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van een in het voorgaande lid bedoeld
oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats wanneer
de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk
of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde dit verlangt. Door deze nieuwe
stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten genomen
met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
4. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.
5. Indien bij verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft
verkregen, heeft een tweede vrije stemming of, ingeval van een bindende voordracht,
een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten, plaats. Heeft dan opnieuw
niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats
totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen
twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen
(waaronder niet begrepen is de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen
personen op wie bij de voorgaande stemming is gestemd, uitgezonderd evenwel de
persoon op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen werd
uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer
dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die
personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot
wie van hen is gekozen.
6. Indien de stemmen staken over andere onderwerpen dan verkiezing van personen,
dan is het voorstel verworpen.
7. Stemmingen over personen geschieden schriftelijk; alle andere stemmingen
geschieden mondeling, tenzij naar het oordeel van de voorzitter of van de vergadering
er redenen zijn om de stemming schriftelijk te doen geschieden. Schriftelijke stemming
geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk,
tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
8. Zolang in een algemene vergadering leden vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, over alle aan de orde komende onderwerpen, ook al is de oproeping niet op de voorgeschreven wijze geschied of al is enig ander voorschrift over de vermelding van de te behandelen onderwerpen en/of het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.

Bijeenroepen van algemene vergaderingen
Artikel 21
1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het afdelingsbestuur,
onverminderd het bepaalde in artikel 17 lid 4. De oproeping geschiedt schriftelijk aan
de leden en – indien mogelijk – door middel van publicatie in het verenigingsorgaan.
De termijn van de oproeping bedraagt tenminste veertien dagen.
2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld onverminderd het
bepaalde in artikel 24.

Binding van de afdelingen aan de landelijke vereniging
Artikel 22
1. De afdelingen aanvaarden in hun statuten de grondslag en het doel van de landelijke vereniging.
2. De statuten mogen geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met de statuten van de landelijke vereniging.
3. De afdelingen zijn tevens gebonden aan door de landelijke vereniging genomen besluiten.
Tijdens de algemene ledenvergadering van de landelijke vereniging kunnen gezamenlijke speerpunten worden gekozen.
4. Een besluit van een afdeling dat in strijd is met de statuten van de landelijke vereniging of met de besluiten van de landelijke vereniging kan door de directeur worden vernietigd.

Functie van de afdelingen
Artikel 23
De functie van de afdelingen is:
a. Op lokaal of regionaal niveau bijdragen aan de zorg voor het leven door toerusting,
(beleids)beïnvloeding, belangenbehartiging, voorlichting en praktische hulp in
gezondheid en ziekte zoals omschreven in de statuten;
b. Het uitvoeren van taken binnen de door de landelijke vereniging vastgestelde algemene kaders zoals het optimaliseren van het ledenbestand en het geven van voorlichting over de producten en diensten van de landelijke vereniging;
c. Het bevorderen van de onderlinge contacten tussen de (potentiële) leden en andere
afdelingen.

Statutenwijziging
Artikel 24
1. In de statuten kan geen verandering worden aangebracht dan door een besluit van een
algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat daar, wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
Een voorstel tot statutenwijziging zal vooraf ter goedkeuring aan de directeur worden
voorgelegd.
2. Artikel 2 lid 2 (grondslag) en artikel 24 lid 2 kunnen niet worden gewijzigd dan na
grondslagwijziging van de landelijk vereniging.
3. Zij, die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot
statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste veertien dagen voor de
vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de tekst van de voorgestelde
wijziging woordelijk is opgenomen, aan de leden toezenden. Bovendien wordt een afschrift als in de vorige zin bedoeld, tenminste vijf dagen voor de dag van de vergadering voor alle leden op een daartoe geschikte plaats ter inzage gelegd tot na de afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
4. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de uitgebrachte
stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee/derde van het aantal leden
aanwezig of vertegenwoordigd is.
Indien geen twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is, wordt een tweede vergadering uitgeschreven, te houden niet eerder dan veertien dagen na de eerste vergadering, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, een besluit kan worden genomen mits met meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
5. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is
opgemaakt.
Tot het doen verlijden van de akte is ieder afdelingsbestuurslid bevoegd.

Ontbinding
Artikel 25
1. De afdeling kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering na schriftelijke toestemming van de directeur.
Het bepaalde in de leden 1, 3 en 4 (gehele tekst) van artikel 24 is van overeenkomstige toepassing.
2. Het eventueel batig saldo moet worden aangewend voor de landelijke vereniging of na schriftelijke toestemming van de directeur voor een algemeen belang, vast te stellen door de algemene vergadering.
3. Tenzij de algemene vergadering anders beslist, geschiedt de vereffening door het
afdelingsbestuur.
4. Na de ontbinding blijft de afdeling voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht.
In stukken en aankondigingen die van de afdeling uitgaan, moeten aan haar naam
worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.
5. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten
meer aanwezig zijn.
6. De boeken en bescheiden van de ontbonden afdeling moeten worden bewaard
gedurende zeven jaren na afloop van de vereffening. Bewaarder is degene die door
de vereffenaars als zodanig is aangewezen.

Huishoudelijk reglement
Artikel 26
1. De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen waarin die
onderwerpen worden geregeld die in deze statuten niet of niet volledig zijn geregeld
en dat niet in strijd mag zijn met de wet, ook waar deze geen dwingend recht bevat, en met deze statuten.
2. Een huishoudelijk reglement kan gewijzigd worden na schriftelijke toestemming van de directeur met inachtneming van artikel 20.

Diversen
Artikel 27
Waar in de onderhavige statuten wordt gesproken over schriftelijk kan tevens worden verstaan email en/of fax.

Terug naar afdeling Zeeuws-Vlaanderen.

Wilt u toestemming geven voor cookies?

De NPV maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken een reactie via social media te plaatsen en om de ingevulde contactformulieren op de juiste wijze te kunnen verwerken. Hieronder kunt u toestemming geven voor het plaatsen van cookies. Wilt u meer weten over uw privacy bij de NPV? Lees dan de privacy- en cookieverklaring of neem contact op via privacy@npvzorg.nl.