Zoeken
A A A
headerbeeld

Hormonale middelen

Verschillende middelen voor anticonceptie gebruiken hormonen om een eisprong bij de vrouw te voorkomen. Deze hormonen hebben ook invloed op de doorgankelijkheid van het slijm in de baarmoedermond en daarnaast voorkomen sommigen ook de innesteling van het embryo, als er toch sprake zou zijn van bevruchting. De belangrijkste zijn de pil, het spiraaltje en de morning-afterpil.

De pil

In de anticonceptiepil zitten hormonen die een eirijping afremmen en een eisprong voorkomen, de zogeheten oestrogenen en progestagenen. Deze hormonen veranderen ook de samenstelling van het baarmoederhalsslijm en het baarmoederslijmvlies. Er zijn allerlei verschillende vormen van de pil, met een wisselende samenstelling en dosering van hormonen. De samenstelling bepaalt de definitieve werking van pil. Een hoge dosering oestrogeenpil werkt bijvoorbeeld niet abortief werkt. Bij de overige anticonceptiepillen is er mogelijk een kleine kans op het voorkomen van innesteling van een bevruchte eicel. De pil kan ook bepaalde gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, zoals een verhoogde kans op trombose. Van de pil is ook bekend dat hij invloed kan hebben op je stemming en je gevoelens. De hoge dosering oestrogeenpil wordt niet meer voorgeschreven vanwege de grote complicatierisico’s.

Het hormoonspiraaltje (Mirena)

Een klein staafje met twee draadjes dat de arts bij de vrouw inbrengt en een aantal jaar kan blijven zitten. Dit spiraaltje geeft geleidelijk het hormoon levonorgestrel af. De afgifte van dit hormoon werkt op verschillende manieren als anticonceptie: het verhindert de eisprong en het verdikt het slijm in de baarmoederhals zodat zaadcellen de baarmoeder niet binnenkomen. Levonorgestrel (werkzame stof in Mirena) zorgt ook dat er geen baarmoederslijmvlies aangemaakt wordt. Mocht er toch een conceptie zijn, dan kan het embryo zich niet innestelen. In de praktijk is de kans op een bevruchting bij het gebruik van hormoonspiraaltje heel klein, maar niet uitgesloten. Het is mogelijk dat een eicel bevrucht raakt. De kans dat er toch een bevruchting plaatsvindt en een innesteling wordt voorkomen hangt mede samen met de vruchtbaarheid van de vrouw en is daarmee leeftijdsgebonden.

Koperspiraal

Net als het hormoonspiraaltje is het een klein staafje met twee draadjes wat door de arts bij de vrouw wordt ingebracht. Het maakt zaadcellen die de baarmoeder binnenkomen onvruchtbaar (de koperionen zorgen ervoor dat de zaadcellen inactief worden). Mocht er wel sprake zijn van bevruchting, dan voorkomt het dat een bevruchte eicel zich in de baarmoeder innestelt.

De morning-afterpil

Deze pil is strikt genomen geen anticonceptiemiddel. De morning-afterpil is een hormoonpil. De werking is afhankelijk van het moment van inname. Gebruik van de morning-afterpil wanneer er sprake is geweest van seksuele omgang vóór de eisprong, zorgt ervoor dat de eisprong wordt uitgesteld. Gebruik van de morning-afterpil wanneer er sprake is geweest van seksuele omgang tijdens/net na de eisprong, zorgt ervoor dat het eventueel bevruchte eitje zich niet in de baarmoeder kan innestelen, zodat het sterft. De werking is dan dus abortief. Ook is de kans op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap dan aanwezig

Andere, minder vaak gebruikte, hormonale methoden zijn:

De werking van bovenstaande middelen berusten op dezelfde principes als die van de pil.

Christelijke visie

Bij hormonale middelen komt het embryo ter sprake. De primaire werking van de pil is het voorkomen van de eisprong. Daarnaast zorgt de pil ervoor dat het slijm in de baarmoedermond en het baarmoederslijm wijzigt van samenstelling. Mocht er toch sprake zijn van een bevruchting, omdat er wel een eisprong heeft plaatsgevonden, en zaadcellen toch door het slijm van de baarmoedermond gekomen zijn, dan kan het bevruchte eitje zich niet innestelen. Er bestaat discussie over het feit hoe groot deze feitelijk kleine kans op abortieve werking is.

Het hormoonspiraaltje en de morning-afterpil kunnen maken dat nieuw leven zich niet in de baarmoeder kan nestelen, mocht er toch een bevruchting zijn. Bij het hormoonspiraaltje is die kans klein, bij de morning-afterpil veel groter. Het voorkomen van innesteling botst met een visie op het leven waarin het embryo vanaf de eerste tel volwaardig mens is en bescherming verdient. Het hormoonspiraaltje wordt overigens ook veel ingezet bij het behandelen van menstruatieklachten in de overgang. Dit vraagt om een afweging en een keuze ‘op maat’. Bij gebruik van de pil is het ook goed om te beseffen dat de hormonen iets met je lichaam ‘doen’. Je kunt overwegen of je voor anticonceptie gebruik wilt maken van een middel dat invloed kan hebben op je stemming of je gedrag.

Vragen over (de werking van) deze methodes in uw eigen situatie? Neem contact op met het de NPV-advieslijn voor advies op maat!

 

Wilt u toestemming geven voor cookies?

De NPV maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken een reactie via social media te plaatsen en om de ingevulde contactformulieren op de juiste wijze te kunnen verwerken. Hieronder kunt u toestemming geven voor het plaatsen van cookies. Wilt u meer weten over uw privacy bij de NPV? Lees dan de privacy- en cookieverklaring of neem contact op via privacy@npvzorg.nl.